Zet je licht aan! Wat zijn de regels?

Geplaatst op dinsdag 3 december 2019

Close-up van een koplampIn het donker moet je je autoverlichting gebruiken. Maar ook overdag als het zicht slecht is, bijvoorbeeld door mist. Wat zijn nu precies de regels? Een overzicht voor het juiste gebruik van je autoverlichting.

Dimlicht

Overdag mag je altijd dimlicht gebruiken. Zo zorg je dat je goed zichtbaar bent, zéker bij slecht weer. De dimlichten hoeven niet aan als de mistlichten (voor én achter) branden. In het donker is het dimlicht verplicht.

Groot licht

Groot licht mag je in het donker gebruiken, als je geen tegenligger tegenkomt. Dat geldt ook voor fietsers: doe het grote licht dan uit om de tegenligger niet te verblinden. Ook als je vlak achter een ander voertuig zit, is groot licht verboden.

Dagrijlichten

Sommige auto's hebben speciale dagrijlichten. Deze maken de auto overdag beter zichtbaar. Deze lichten mag je overdag gebruiken, bij goed zicht.

Mistlicht

Het mistlicht aan de voorkant mag je alleen gebruiken als mist, sneeuwval of regen zorgen voor heel slecht zicht. Het mistachterlicht mag je alleen gebruiken als het zicht minder is dan 50 meter, bij mist of sneeuw; niét bij zware regen. Als de mistlichten branden, hoeven de dimlichten niet aan.

Achterlichten

De achterlichten moeten altijd samen branden met groot licht, dimlicht, dagrijlicht of mistlicht.

Heb je de verkeerde verlichting op je auto? Dan kan je auto worden afgekeurd bij de apk. Ook kan je voor het verkeerd gebruik van je verlichting een boete krijgen. Tip: controleer je autoverlichting regelmatig, bijvoorbeeld 1 keer per maand.

Meer nieuws